ZC Losser wint opnieuw van de Mors 4

Lossermors4a

De waterpoloërs van ZC Losser heren 1 hebben opnieuw een slag geslagen in de promotiestrijd. Opnieuw werd er gewonnen van laagvlieger De Mors H4 uit Rijssen, dit keer met 14-7. Al met al was het toch een moeizame wedstrijd voor de Lossernaren.

De wedstrijd begon heel welvarend voor Losser, na veertien seconden scoorde Losser al het eerste doelpunt van de wedstrijd. Het leek een makkelijke wedstrijd te worden, maar niets bleek minder waar. De mannen uit Rijssen gaven veel weerstand en lieten zien uit welk hout ze gesneden waren. Een minuut na het openingsdoelpunt maakte de Mors gelijk, 1-1. Het eerste kwart ging daarna gelijk op. Een halve minuut voor het einde van het kwart kreeg Losser een man-meersituatie. Losser wist deze zonder fouten te benutten en zo vlak voor het einde van het kwart de voorsprong te pakken.
De felheid van de mannen uit Rijssen nam het tweede kwart af, hierdoor ontstond ruimte voor Losser. Losser wist van deze ruimtes te profiteren; Losser creëerde binnen anderhalve minuut drie man-meersituaties welke allen werden benut. De Mors wist een halve minuut voor het einde van het tweede kwart iets terug te doen, hierdoor eindigde het tweede kwart met een stand van 6-3.
In het derde kwart wist Losser echt afstand te nemen van de Mors. Losser creëerde in de eerste minuut van het kwart twee kansen, waarvan er geen raak ging. In een tegenaanval wist de Mors zelfs de 6-4 te scoren, waardoor de spanning even terug leek in de wedstrijd. Maar niets bleek minder waar. De Losserse doelpuntenkraan werd opengezet en binnen drie minuten werd vijf keer gescoord. Hierdoor werd het vierde kwart een formaliteit, beide teams wisten nog tweemaal te scoren, waarna de eindstand op het bord stond: 14-7.

Aanstaande zaterdag speelt Losser H1 thuis tegen Het Ravijn H4. De wedstrijd begint om 19:25 uur.

Eindstand: 14-7
Tussenstanden: 3-2, 6-3 en 11-4.
Doelpuntenmakers Losser: Eric de Vries (2), Matijs Vaneker (4), Martijn Bruins (2), Joep Gielians (2), Joeri Wigger (3) en Robbin Huurneman.